english

Het Parool 20/08/2001

Journalistieke postbodes

by Paul van Liempt

Eric van den Broek: “We werken met Press Now, een Nederlandse organisatie die

onafhankelijke media op de Balkan propagreert. Tijdens de verkiezingen waren wij de enige televisiejournalisten te plekke. Het RTL Nieuws nam contact op met Press Now. Niet veel later moest ik voor een camera staccato verslag uitbrengen van de situatie. Ik voelde me Kuifje op de Balkan.”

Katarina Rejger: “We zaten daar omdat we ons voor toeristen hadden uitgegeven.

Onze cameraatje vervoerden we in de strandtas van mijn moeder. We realiseerden ons niet hoe gevaarlijk het was.”

Van den Broek: “Nee, we hadden geen geld voor een kantoortje.”

Rejger: “We hebben alleen die strandtas.“

Van den Broek: “We leven in onze Mercedes.”

Rejger: “We slapen bij vrienden, soms in een hotelletje.”

Katarina Rejger en Eric van den Broek, privé ook een stel, werken samen in een

maatschap en reizen al ruim vijf jaar filmend door de Balkan. Ze werden ingehuurd of boden hun diensten aan bij de VPRO, de NOS en RTL nieuws. Op het moment werken ze vooral voor de Joegoslavische markt. Deze week zijn ze speciale gasten op het Sarajevo Filmfestival, waar één uit de serie videobrieven vertoond wordt en ze workshops begeleiden voor plaatselijke makers. De videobrieven gaan telkens over twee voormalige vrienden, bijvoorbeeld een moslim en een Serviër, die elkaar door de oorlog uit het oog verloren zijn.

Rejger: “Ze hebben doodsangsten uitgestaan dat ze elkaar in de oorlog tegen zouden

komen. Als je aan Kroaten, moslims en Serviërs vraagt waarom ze die oorlog hebben gevoerd blijven ze het antwoord schuldig. Allemaal denken ze dat ze zich moesten verdedigen tegen de gewelddadige voornemens van de ander.”

Van den Broek: “Vaak ontmoeten ze elkaar aan het einde van de videobrief, maar het

was geen doel op zich. We waren er niet op uit Het spijt me te maken of All you need is war.” Rejger: “Het is oral history, verslag van een oorlog op microniveau. Het gaat erom dat kijkers zien waar die zinloze oorlog toe heeft geleid. “

De in Belgrado uit een immigrantenfamilie geboren Rejger, ‘na mijn negende ben ik

vertrokken en pas met Eric kwam ik er weer terug’, heeft tijdens het filmen het voordeel dat ze de taal verstaat en spreekt. Van den Broek: “Tijdens de Kosovo-bombardementen waren wij in Bosnië. Ik werd door Bosnische Serviërs aangesproken, terwijl Katarina vertaalde. Ik kon de gevoeligste vragen stellen, omdat ze mij als domme buitenlander zagen.” Rejger: “Ik zei dan: Hij vraagt of je een vrouw verkracht hebt.” Het was veel te bedreigend als ik die vraag direct uit mijn eigen mond had gesteld. Ik kan ze verstaan, met ze praten. Toch ben ik niet een van hen, omdat ik de oorlog niet heb meegemaakt. Juist omdat ik nu geen partij ben kan ik de films en videobrieven maken. “

Van den Broek: “We hebben ons steeds als journalisten opgesteld. Geen tribunaaltje

gespeeld. Hooguit Waarheidscommissietje.”

Van den Broek en Rejger worden betaald door internationale donoren als het Novib of een

ambassade. Van den Broek: “Als een videobrief vertoond wordt, komen verschillende groepen in een zaaltje bij elkaar. Onlangs keken de Srebrenica-vrouwen, moslims en Serviërs, samen naar zo’n brief. Voor de Amerikanen valt zoiets onder de ‘sexy projects’.”

Rejger: “ De brieven worden door achtenveertig tv-stations in heel voormalig Joegoslavië

uitgezonden. Tijdens de oorlog zijn de media gebruikt om haat te zaaien, in te spelen op angsten. Wij wenden de media aan om het tegenovergestelde te bereiken. Wij zijn met die videobrieven als een soort postbodes door Joegoslavië gereisd. Van Zagreb naar Belgrado en van split naar Mostar. Om zoveel mogelijk tv-stations te voorzien van ons materiaal.

De film The making of a revolution, waarin de strijd van studentenbeweging Otpor door

Van den Broek en Rejger wordt gevolgd, werd een paar maanden terug door de Humanistische Omroep in Nederland uitgezonden. Nog belangrijker vinden de vertoning van de film de komende werken in Servië.

Van den Broek: “We gaan een aantal steden en dorpen in Servië langs, waar jongeren

in bioscoopzaaltjes naar de film kunnen kijken. De lokale burgemeester houdt een toespraak. Na afloop is er telkens een groot feest.”

Rejger: “De meeste mensen in Servië denken dat Otpor bestond uit een groepje

dappere, jonge kinderen. Straks kunnen ze zien dat het om een professionele organisatie ging, met leiders, opleidingen en een organisatie. Otpor heeft de lethargie weten te doorbreken. Laten zien dat er wel degelijk verandering mogelijk was in Servië.

Van den Broek: “Na een oorlog zijn er altijd mensen die niets uitgevoerd hebben, maar

wel heldhaftige daden opeisen. Dat zijn de mensen die Otpor haten. De film maakt duidelijk dat niet zij, maar Otpor die daden verricht heeft.”

PAUL VAN LIEMPT

Het Parool 20 augustus 2001


Design by Mediamatic Lab  content management by anyMeta